Aa (Dirk van der), schilder, geboren te 's Gravenhage in het jaar 1731, aldaar overleden den 23 Februarij 1809, had tot eersten leermeester Johan Hendrik Keller, doch beoefende vervolgens het rijtuigschilderen onder opzigt van den hofschilder Gerrit Mets, met vien hij later eene zeer aanzienlijke rijtuigschilders-fabriek heeft aangelegd en met goed gevolg voortgezet. Vooral legde van der Aa eene groote bekwaamheid aan den dag in het, naar den smaak van dien tijd, beschilderen der paneelen van koetsen; zijne ordonnantiën waren altijd rijk en afwisselend, zijne kindertjes in het bijzonder uitnemend bevallig geteekend en geschilderd, zoodat zij het doorslaande blijk dragen, dat het hem geenszins aan kunstverdiensten en grondige kennis daarvan ontbrak. Ook schilderde hij kamerbehangsels, of zoo als men die mede noemt, zaal- en schoorsteenstukken; doch in zijn hoofdvak, het koetsschilderen, was hij meer vermaard. Tot uitbreiding van zijne kennis deed hij een en andermaal eene reis naar Parijs. Tot an zijne dood toe was hij een der Regenten van de Renswoudsche Stichting, waarin hij vroeger kweekeling geweest was,
Zie R. van Eynden en A. van der Willigen, Geschiedenis der Vaderlansehe Schilderkunst sedert de helft der XVII. eeuw. D. II, bl. 211-213, en J. Immerseel Jr., de Levens en Werken der Hollandsche en Vlaamsche Kunstschilders, Beeldhouwers, Graveurs en Bouwmeesters.
Aa (Dirk van der), geb. te 's Gravenhage 1731, ald. overl. 23 Febr. 1809, was leerling van de haagsche Academie en van Johann Heinrijtuigschilder Gerrit Mes en leverde smaakvol gecomponeerd werk. Van door hem geschilderde behangsels zijn in den Haag nog voorbeelden aan te wijzen. Olk teekende hij ontwerpen voor eerepoorten enz. Van zijn leerlingen is Louis Moritz wel de meest bekende.
Zie: v. Eynden en v. d. Willigen II, 211-213;
Obreen's Archief IV, 141;
Thieme und Becker, Allg. Lexikon bild. Künstler in voce.