Aagt (Jafies), een vrouwspersoon, die met eene zwarte kool in de geschiedenis staat opgeteekend. Zij leefde omtrent het midden der zestiende eeuw te Haarlem, waar zij er zich op toelegde, om hen die men van ketterij verdacht hield op te sporen en die dan aan den Schout Jacob Foppens, een zeer goddeloos en geldgierig mensch, aan te brengen. Aagt, die zich zeer vroom hield, om niets ter wereld eene mis zou verzuimd hebben, alle maanden ter biecht en communie ging, was zeer doortrapt in het uithooren van de dienstboden en kinderen der meest gegoede burgers, ten einde gewaar te worden, wat er in de huizen hunner meesters of ouders gesproken of gedaan werd; meende zij op deze wijze iets ontdekt te hebben, dan werd zulks dadelijk den Schout aangebragt, die ze dan onder de hand door anderen zijner handlangers liet waarschuwen van het hun nakende onheil, tevens met aanbod, dat zij Fokkens, zouden trachten te bewegen, zich met een ruim geschenk te vreden te stellen. Wilde men echter daarvan niets weten dan werd men het ongelukkige slagtoffer van deze schraapzuchtige schelmen, en moest het niet zelden met den dood bekoopen. Na het plegen van eene menigte schelmstukken, waaronder zelfs moord, ontving zij eindelijk het loon harer misdaden, want nadat Haarlem aan de zijde van Oranje overgaan was, met den meergenoemden Schout het plan beraamd hebbende, om met eenige Spanjaarden de stad te overrompelen, begaf zij zich in stilte daar binnen, ten einde met behulp van hare medestanders de stad aan vier hoeken in den brand te steken. Toen dit heilloos oogmerk echter milukt was, werd Aagt op vermoeden gevat; ondervraagd zijnde bekende zij niet allen de nu voorgenomen brandstichting, maar ook hare vroeger gepleegde gruweldaden, waarvoor zij op de gewone strafplaats levendig verbrand werd.
Zie Kok Vad. woord.;
Chalmot Biogra. woord.