Aaien werkwoord, alleen nieuwnederlandsch. Wordt als een dialectische vorm van Kiliaen haeyen "fovere, colere" beschouwd. Maar dan zouden wij veeleer verwachten, dat deze beteekenis later voorkwam dan "aaien, streelen". Het middelnederlandsch hayen heeft heel andere bett.: "begeeren, verduren". Misschien is aaeien, friesch aeije "aaien (met de hand of met de wang)" een oorspronkelijk friesch-hollandsch woord, dat in het beschaafde Nederlandsch en eenige niet-friesch diall. gedrongen is. Maar ook bij deze hypothese blijft de etymologie duister.