Aaien


Aaien

Aaien werkwoord, alleen nieuwnederlandsch. Wordt als een dialectische vorm van Kiliaen haeyen "fovere, colere" beschouwd. Maar dan zouden wij veeleer verwachten, dat deze beteekenis later voorkwam dan "aaien, streelen". Het middelnederlandsch hayen heeft heel andere bett.: "begeeren, verduren". Misschien is aaeien, friesch aeije "aaien (met de hand of met de wang)" een oorspronkelijk friesch-hollandsch woord, dat in het beschaafde Nederlandsch en eenige niet-friesch diall. gedrongen is. Maar ook bij deze hypothese blijft de etymologie duister.


Franck's Etymologisch Woordenboek der Nederlandsche Taal
'S. Gravenhage
Martinus Nijhoff
1912

Rutgers University Libraries
PF580.F822E2

Omnipædia Polyglotta
Francisco López Rodríguez
[email protected]
[email protected]