Abeli ab Equart (Leo), zoon van den kroniekschrijver Abel Eppens van Eekwerd, heeft als balling in Ostfriesland geleefd tijdens de spaansche onlusten en werd in 1595 predikant te Lopersum. Hij woode de Synoden bij van 1595, 1598, 1602, 1603 en 1604, was meermalen gedeputeerde der Synode en behartigde allerlei kerkelijke zaken in gemeenten en bij de hooge overleid. In 1603 is hij afgevaardigd naar de gestorven te zijn. Zijne twee zoons werden op aanbeveling der Synode, door de Staten van Stad en Land met hunne studiën voortgeholpen. Een van hen, Adolphus Louwens werd burgemeester van Groningen. Uit den andere, den predikant Abelus Leonis, is het geslacht van Bolhuis ontstaan.
Zie: Reitsma en van Veen, Acta I, 326; VII, zie register;
H. H. Brucherus, Kerkherv. in Groningen 283, 326;
Feith en Brugmans, De Kroniek van Abel Eppens tho Eppens tho Equart, inleiding.
(F. S. Knipscheer)