Aa (Pierre Jean Baptiste Charles van der), geb. te Haarlem 31 Oct. 1766, overl. 5 Mei 1812 te Leiden, zoon van Christianus Carolus Henricus en C. Koopman. Hij had een goeden aanleg, vooral voor de oude talen, waardoor hij in zijn later leven uitstekend latijn sprak. Reeds op zijn zestiende jaar kon hij de universitaire studie volgen, het eerste jaar te Utrecht en later te Leiden, waar hij 19 December 1789 promoveerde op proefschr. de Poena infamiae. Hij vestigde zich als advokaat te Amsterdam, waar hij 11 Jan. 1790 huwde met Francina Adriana Bartha van Peene, dochter van Pieter van P. en Johanna Elisabeth Robidé. Zijn democratische gezindheid, reeds in zijn studententijd bekend, werd gedurende zijn verblijf aldaar nog versterkt; hij was secretaris van het Comité-revolutionnair, dat in Jan. 1795 de omwenteling aldaar bewerkte. In 1796 werd hij baljuw van Amstelland, daarna secretaris van Nieuwer-Amstel tot 1805, en vestigde zich vervolgens als advokaat te Leiden. Tot dien tijd bewoonde hij het landgoed Middenhoeve bij Amstelveen, waar hij 30 Maart 1798 zijn vrouw verloor en hij tot groote schade voor zijn financiën de landhuishoudkunde beoefende. Te Leide legde hij zich met buitengewonen ijver op her schrijven toe, en groot is het aantal werken, vooral vertalingen, meest op rechtskundig gebied, van zijn hand. Het schijnt dat zijn ijver grooter was dan zijn bekwaamheid: de beoordeelingen van zijn werk door prof. Gratama in her Regtsgeleerd Magazijn zijn niet zeer gunstig. Hoe het zij, hij was 's zomers zoowel als 's winters te vier uur voor zijn schrijftafel te vinden. Dit stille werk was hem liever dan eenige openbare betrekking, en hij weigerde elke aanbieding zoowel onder koning Lodewijk als onder keizer Napoleon. Onverwacht werd hij 2 Mei 1812 uit dit werkzame leven weggerukt, nalatende zeven minderjarige kinderen, drie uit zijn eerste huwelijk, waarvan Christianus Petrus Elisa Robidé van der Aa (kol. 8) de oudste en Abraham Jakob de tweede was. Charles Ménard Adelaide Simon van der Aa was een zoon uit het tweede huwelijk met Antoinette Catharine Simon Thomas. Hij werd door verscheiden genootschappen, binnen- zoowel als buitenlandsche, tot medelid gekozen en was o. a. secretaris van de Maatsch. van Nederl. Letterkunde van 1809-12. Zijn voornaamste weken. zijn:
Handboek voor den jongeling of lessen voor het maatschappelijk leven (Amst. 1802);
Aanspraak in dichtmaat ter gelegenheid van het heugelijk Vredefeest (Amst. 1802);
Redevoering over de minst geachten van den Burgerstaat (Amst. 1802);
Handleiding tot gebruik der ordonnantie op het middel van het klein zegel (Leyd. 1806);
Handleiding tot gebruik van het Crimineel Wetboek ingeright voor het koninkrijk Holland (Leyd. 1809)
Handleiding tot gebruik van het wetboek Napoleon, inger. v. h. Koninkr. Holland (Leyd. 1809)
Handboek voor Voogden, Curateuren, Executeuren, Administrateuren..., ingerigt naar en dienstbaar gemaakt aan het Wetboek Napoleon (1809);
Inleiding tot de hedendaagsche Hollandsche regtsgeleerdheid en praktijk (Amst. 1810, 2 dln.);
Wetboek der belasting op het zegel (Dordr. 1810);
De geest der Conscriptie, (1810)
Wetten voor Voogden, Executeuren en Curators, volgens het Fransche regt (Amst. 1810)
Het wetboek Napoleon verklaard door de voornaamste Fransche regtsgetleerden (uit het Fransch, Amst. 1810, 2 st.);
Het wetboek der burgerlijke regtspleging door formulieren in praktijk gebragt (uit het Fransch, Hoorn 1811, 8 dln.);
Verhandeling van het wetboek van Strafvordering, met formulieren (uit het Fransch van Daubenton, Amst. 1811, 3 dln.);
Grondbeginselen van de wetenschap der Notarissen (uit het Fransch van J. B. Loret, 2e dr. Dordr. 1811);
Wetboek der belastingen op het zegel, de registratie, hypotheken en griffie (Dordr. 1811);
Inleiding tot de burgerlijke rechtspleging of praktizijns handboek (n. h. Fransch v. M. Pegeau, Drdr. 1812, 2 dln.);
Zamenstel der administratieve wetgeving (n. h. Fransch v. Portiez, Rotterd. 1812, 2 dln.);
Handboek voor deskundigen of gids voor regters, regterlijke ambtenaars, landmeters enz. (Dordr. 1812).
Zie: J. W. te Water in Hand. Letterk. 1812. 2.
--P. H. van Reedt Dortland.
Handboek voor de jongelingschap of lessen voor het Maatschappelijk leven, Amst. 1802
Aanspraak in dichtmaat, ter gelegenheid van het heugelijk vredefeest, Amst. 1802.
Redevoering over den minst geachten stand in den Burgerstaat, Amst. 1802.
Kleine gedichtjes voor zeer jonge kinderen, Amst. 1803.
Handleiding tot het gebruik der ordonnantie op het middel van het klein zegel, 1806.
Handleiding tot gebruik van het Crimineel wetboek ingerigt voor het koningrijk Holland, Leyd. 1809.
Handleiding tot gebruik van het wetboek Napoleon, ingerigt voor het koningrijk Holland, Leyd. 1809.
Handboek voor Voogden, Curateuren, Executeuren, Administrateuren enz. ingerigt en dienstbaar gemaakt voor het wetboek Napoleon, 1809.
Inleiding tot de hedendaagsche Hollandsche regtsgeleerdheid en praktijk, Amst. 1810, 2 dn.
Wetboek der belasting op het zegel, Dordrecht, 1810.
De geest der Conscriptie, 3 dn. 1810.
Wetten voor Voogden, Executeuren en Curators, volgens het Fransche regt, Amst. 1810.
Het wetboek Napoleon verklaard door de voornaamste Fransche regtsgeleerden, uit het Fransch, 2 stukken, gr. 8º Amst. en Leyd. 1810.
Het wetboek der burgerlijke regtspleging door formulieren in praktijk gebragt, uit het Fransch, 8 dn. gr. 8º Hoorn 1811.
Verhandeling vat het wetboek van Strafvordering met formulieren uit het Fransch van Daubenton, 3 dn. gr. 8º Amst. 1811.
Grondbeginselen van de wetenschap der Notarissen, uit het Fransch van J. B. Lorret, 2 dn. gr. 8º Dord. 1811.
Wetboek der belastingen op het zegel, de registratie, hypotheken en griffie, Dord. 1814, gr. 8º.
Inleiding tot de Burgelijke regtspleging of praktizijns handboek, naar het Fransch van M. Pigeau, 2 dn. gr. 8º, Dord. 1812.
Zamenstel der administrative wetgeving, naar het Fransch van Portiez, Rott. 1812, 2 deelen. gr. 8º.
Handboek voor deskundigen of gids in burgerlijke zaken voor regters, regterlijke ambtenaars, landmeters enz. Dor. 1812 gr. 8º.
Bovendien was reeds een aanvang gemaakt met het drukken van de Geest der Propositiën; de Oefenschool der Notarissen, en een Handboek der Fransche regten voor den burger; terwijl hij nog het voornemen had om in het licht te zenden een Fransch regtsgeleerd woordenboek, in den smaak van Kerstemans Hollandsch regtsgeleerd woordenboek, toen eene doodelijke ziekte hem op het onverwachts overviel, die hem den 12 Mei 1812 aan zijne waardige tweede gade Antoinette Catharine Simon Thomas en zeven nog minderjarige kinderen ontrukte, van welke drie uit zijn eerste huwelijk met Francina Adriana Bartha van Peene, onder welke de oudste was de hierboven genoemde Mr. Christianus Petrus Eliza Robidé van der Aa, en de tweede de verzamelaar van dit woordenboek; zijnde Mr. Charles Ménard Adelaide Simon van der Aa, Prokureur te Leeuwarden, een zoon uit zijn tweede huwelijk.
De uitgebreidheid zijner kundigheden veroorzaakte dat genootschappen van verschillenden aard hem tot hun medelid verkozen; zoo als geschiedde door de huishoudelijke Maatschappij te Haarlem, de Maatschappij der Mineralogie te Jena; de Maatschappij van fraaische Letterkunde te Leiden, bij welke laatste hij zich zeer verdienstelijk maakte, zoo door de getrouwe bijwoning harer vergaderingen als door de waarneming van den post van Briefschrijver welke hij van 1809 tot aan zijne dood naauwkeurig vervulde. Zijne spreuk was: Doe wel en zie niet om.
Zie Aanspraak van J. W. te Water in de jaarlijksche Algemeene Vergadring van de Maatschappij der Nederlansehe Letterkunde te Leyden, den 8 van Hooimaand 1812;
Aanhangsel op Nieuwenhuis Woordenboek van Kunsten en Wetenschappen.